De kritiek van John McEnroe |
|
woensdag, 01 juli 2009 15:47 |
|
Drievoudig Wimbledonkampioen John McEnroe (50) keek de laatste weken vooral verbaasd naar de kale plekken achter de baseline van alle Wimbledoncourts.
Hij is er niet zeker van dat de rivalen van de kersverse Wimbledonkampioen Roger Federer beseffen welke kansen ze laten liggen door niet vaker het net op te zoeken.
Vorig jaar toonde hij al zijn verbazing dat winnaar Rafael Nadal, toch vooral een gravelspecialist, en finalist Roger Federer hun wellicht mooiste match ooit speelden, vanaf de baseline wel te verstaan. Dat was fantastisch voor de toeschouwers die normaliter gek worden van twee mannen die alleen maar services op elkaar afvuren zoals de boomlange Ivo Karlovic en de iets kleinere Fernando Verdasco.
McEnroe beseft dat hij de prestatie van Roger Federer op Wimbledon (zes zeges) niet kan kritiseren maar hij betreurt ook dat er niet genoeg spelers zijn die met gedurfd aanvallend spel een aanval doen op de succesvolle Zwitser. “Door zijn overwinningen hoeft hij niet te veranderen. Hij serveert en volleert tien à vijftien procent van zijn spel. Daar moet een tegenstander gebruik van maken want niemand is er bij gebaat om tegen Roger vanaf de baseline te spelen. Om van hem te winnen moet je hem agressief bestoken.
Natuurlijk heeft de man die agressief spel tot deugd heeft verheven in de tachtiger jaren niet de illusie dat de tijd stil is blijven staan. De banen zijn langzamer geworden waardoor de ballen hoger stuiten en grote spelers met extreme grips dodelijke kickservices en vernietigende topspinballen produceren. Bovendien is het materiaal, lees rackets en bespanning, sterk verbeterd. “Alles is hetzelfde geworden. Het spelletje en de spelers. Je ziet steeds meer spelers die op gravel en gras op dezelfde manier acteren. Zie Robin Söderling op Roland Garros en op Wimbledon. En dat geldt ook voor de levende legende Roger Federer. Spelen op gras is tegenwoordig langzamer dan in mijn glorietijden. Maar nog altijd sneller dan hardcourt of gravel. Daarom is het nog steeds zinvol een bal sneller te nemen of meer te volleren.”
McEnroe geeft toe dat, als hij in deze tijd prof zou zijn, nu anders zou spelen. Hij constateert dat de huidige nadruk op fitness spelers er toe gebracht heeft hun volleerspel te verwaarlozen waardoor ze het zelfvertrouwen missen om naar het net op te rukken. Het momentane spel is destijds in gang gezet door een van zijn grootste rivalen ooit, Ivan Lendl. Hij had een goede service en een vernietigende forehand waarmee hij het spel kon dicteren. McEnroe weerde zich door de bal eerder te nemen en vooral niet het initiatief bij Lendl te laten. Hij is er van overtuigd dat die strategie ook nu nog zou functioneren.
De zevenvoudige Grand Slam-winnaar beseft dat de return een groter wapen is geworden dan ooit maar dat een gebrek aan service-en-volleyspelers aan de retournerende spelers meer tijd (en minder druk) geven om een precieze return te produceren. “De retournerende speler kan zich veel permitteren omdat hij weet dat zijn opponent niet naar het net stormt. Dat is psychologisch een groot voordeel. Hij hoeft de service eigenlijk maar terug te chippen. Andy Murray is daar een meester in. Hij staat niet onder druk en kan na de return zijn eigen spel opbouwen. Daarom is het zinvol voor de serveerder om af en toe naar het net te gaan, al is het maar één op de vier keer. Dat zorgt voor onzekerheid en meer druk voor de retourneerder.
Zonder het vooruitzicht op een serve-en-volleyspeler aan de top van de wereldranglijst is de focus zijn inziens teveel verschoven naar atletisch vermogen en fitness. McEnroe denkt dat Rod Laver en Roger Federer het mooiste spel spelen dat hij ooit heeft gezien, het soort tennis dat iedereen wil spelen als het mogelijk is. Maar hij is er niet van overtuigd dat mooi tennis agressief tennis schaakmat kan zetten. |