|
In de schaduw van zijn landgenoot Rafael Nadal is de toch al 26-jarige David Ferrer naar de vijfde plaats van de wereldranglijst opgerukt.
Onlangs was hij nog bij de Ordina Open te bewonderen waar hij, niet verrassend, de titel behaalde. De Spanjaard maakte in de finale paella van de Fransman Marc Cicquel na een aantal overtuigende overwinningen op spelers die op gras hoger worden aangeslagen.
Citaat van de website www.ordina-open.nl: “Het is heel belangrijk dat ik hier heb gewonnen, het is echt iets heel speciaals en ja, de ondergrond maakt het specialer. Wij spelen hooguit drie weken per jaar op gras en we hebben gewoon meer toernooien op hardcourt. Dit resultaat geeft me zeker meer vertrouwen voor Wimbledon.” Over de Ordina Open was Ferrer lovend: “Goede organisatie, fijn hotel, fijne players lounge, dit is een mooi toernooi. Ik denk dat ik volgend jaar terugkom.”
Het is bijna pech voor de goedlachse David dat hij een Spanjaard is want hij is, na de als tweede gerankte Nadal, de beste van dertien andere Spaanse profs bij de top honderd. Carlos Moya, Tommy Robredo en Juan Carlos Ferrero zijn de bekendere helden maar eind vorig jaar richtten de schijnwerpers zich eindelijk op Ferrer die bij de meest recente US Open de halve finale behaalde en bij de afsluitende Masters Cup in Shanghai zelfs de finale.
Opeens stond de Spaanse nummer twee in de belangstelling en moest antwoorden op vragen van de pers. Moeilijk voor iemand die, net als Nadal, nauwelijks Engels spreekt. Pas als je hem in zijn moedertaal aanspreekt, komt hij enthousiast op stoom en vertelt hoe hij met acht jaar van zijn vader Jaime een racket in zijn hand gedrukt kreeg. Die was zelf een actieve speler en succesvol op nationaal niveau. Zijn oudere broer Javier speelde ook, was zelf Spaans jeugdkampioene en beide broers wilden prof worden. Javier haakte echter af en is momenteel trainer in het geboortedorp van het gezin Ferrer, in Javea.
Ferrer is daar zonder grote luxe maar met veel hartelijkheid opgegroeid. Zijn vader was boekhouder en zijn moeder onderwijzeres en David straalt nu nog als hij vertelt over de bergen en de idyllische kust. Voor het vervolg van zijn carrière had hij zijn thuis verlaten, twee jaar in Barcelona getraind bij de Catalaanse tennisbond en vervolgens negen maanden de Tennisacademy van Juan Carlos Ferrero bezocht. Toen hij zeventien was, ontmoette hij zijn latere coach Javier Piles en een jaar later werd hij prof. Intussen heeft hij zeven toernooien gewonnen en ondanks zijn liefde voor zijn geboorteplaats geniet hij van het vele reizen. Vooral New York imponeerde hem.
Op de baan verandert de anders zo schuchtere jongeman in een vechtmachine die enorm snel is en inmiddels niet alleen op gravel succesvol is, ook getuige zijn winst in Den Bosch. Hij is heel gecharmeerd van Roger Federer, vooral wegens diens returns, en naast de baan valt hij in de smaak bij zijn collega’s omdat hij redelijk terughoudend is. Sterallures kent hij niet en zijn profleven ziet hij als een normaal beroep. Niets waarom je arrogant zijn kan dus.
Op de vraag wat hij nog voor heeft in zijn leven verwijst hij naar zijn grote droom: één keer Roland Garros winnen. Over zijn leven ná tennis is hij resoluut. Hij weet het gewoon niet. Dat hoeft ook niet perse met zijn prijzengeld van nu al bijna zes miljoen dollar. |